Silver Circle * Centrum voor de Oude Religie
 

Home > Silver Circle > Wegwijs

  

E.G. Hoekstra en M.H. Ipenburg:
Wegwijs in religieus en levensbeschouwelijk Nederland.
Handboek religies, kerken, stromingen en organisaties.
Derde druk. Kok, Kampen, 2000, ISBN 90 435 0028 3.

Paganisme
Paganisme (Latijn: pagus = landstreek, district, of paganus = bewoner van een landstreek), een van de benamingen voor het plaatselijk of stamgebonden vóór-christelijke natuurgeloof. Andere benamingen zijn: de oude religie, om daarmee de verwantschap aan te geven met de vóór-christelijke vruchtbaarheidsreligies van Europa, natuurreligie, *wicca en craft (afkorting van witchcraft = de kunde). Het paganisme behoort tot de groep van de mysteriegodsdiensten. Het heeft niets te maken met de historische hekserij en absoluut niets met de verschillende vormen van satanisme. Ook heeft het geen verwantschap met de vele vormen van bijgeloof, 'toverkunsten', e.d. In zijn neovormen wil het paganisme de opvattingen van de vóór-christelijke religies weer doen herleven. Als een aan de aarde verbonden geloof verdiept het zich in de wereld van de elementen, die van de polariteiten, ritmen, cycli, die in de natuur worden aangetroffen. Zo alleen is liet mogelijk om kennis te verwerven van de krachten achter het menselijk bestaan. Het *christendom aanvaardde aanvankelijk de bestaande oorspronkelijke vruchtbaarheidsreligies en nam zelfs bepaalde elementen zoals herdenkingsdagen, symbolen en volksgebruiken daarvan over. Pas als gevolg van de polarisatie vlak voor, tijdens en direct na de *Reformatie met haar vele godsdienstoorlogen werd het paganisme sterk vervolgd. In de *wicca heeft het zijn voornaamste tegenwoordige vorm.

Literatuur:
Morgana, Twijgen uit de bezem. Gedachten over de psychologie van het paganisme, 1982; Merlin, De horens van de maan. Portret van een natuurreligie, 1989; J. Schuyf, Heidens Nederland. Zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk verleden, 1995; Joke & Ko Lankester, De kringloop van het leven, Wicca de oude religie, 1996; Jan de Zutter, Abracadabra, Lexicon van de moderne hekserij, 1997.

Top van document

Silver Circle
Silver Circle, centrum voor de oude religie, een van de Nedelandse organisaties van de wicca of het paganisme, in 1979 ontstaan vanuit de Angelsaksische wereld waarvan ze nog sterke invloed ondergaat en waarmee ze nog veel contacten heeft. Het aantal aanhangers, al dan niet verenigd in covens, is ruim 200 (1997).

Periodiek(en):
Wiccan Rede (180).

Literatuur (uit eigen kring):
Morgana, Twijgen uit de bezem. Gedachten over de psychologie van het paganisme, 1982; Merlin, De horens van de maan. Portret van een natuurreligie, 1982; joke & Ko Lankester, De kringloop van het leven. Wicca de oude religie, 1996; Merlin Sythove, Wicca. Een portret van een natuurreligie, 1999.

Adres:
Postbus 473, 3700 AL Zeist, E-mail: Merlin@silvercircle.org.

Top van document

Wicca
Wicca, (oud-Engels: wicca of wicce = waarschijnlijk: wijze), de benaming voor de moderne hekserij. Andere veelgebruikte benamingen zijn: de oude religie, om daarmee de verwantschap aan te geven met de vóór-christelijke vruchtbaarheidsreligies van Europa, natuurreligie, craft (afkorting van witchcraft = de kunde) en *paganisme. De wicca is ook een van de mysteriereligies en heeft verwantschap met de magie, in de betekenis dat de natuurwetten gebruikt kunnen worden om bepaalde veranderingen tot stand te brengen. De wicca heeft niets te maken met de historische hekserij en absoluut niets te maken met de verschillende vormen van *satanisme. De wicca doet de vóór-christelijke religie als mysterie- en vruchtbaarheidsreligie met haar grote aandacht voor en waardetoekenning aan moeder aarde, weer herleven. De wicca verdiept zich in de wereld van de elementen, die van de polariteiten, ritmen, cycli, die in de natuur worden aangetroffen, teneinde kennis te verwerven van de krachten achter het menselijk bestaan. Bestonden de vóórchristelijke vruchtbaarheidsreligies als de oorspronkelijke religies van West-Europa in een toestand van vreedzame coëxistentie naast het *christendom, vanaf de *Reformatie werden zij sterk vervolgd: het christendom wilde greep krijgen op hun priesters en priesteressen. Daarom moesten zij hun kennis en gaven binnen de eigen familiekring bewaren en leek wicca verdwenen. In de negentiende eeuw echter voegde George Pickingill de verschillende tradities tot een geheel samen, waardoor wicca in moderne vorm kon ontstaan. Van groot belang werden de activiteiten en boeken van Gerald Brousseau Gardner (Witchcraft today uit 1954 en The meaning ofwitchcraft uit 1959). Verder werden in Engeland in 1951 de wetten op de hekserij afgeschaft. Vooral door Alex Sanders, Sybil Leek, Doreen Valente en anderen kon vanaf die periode de moderne hekserij zich over de gehele wereld verspreiden. De opvattingen van de wicca werden als het ware voorbereid door de boeken van de antropologe Margaret M. Murray, die uiteen heeft gezet dat de wicca de voortzetting is van het vroegere Engelse paganisme. De wicca kent een aantal stromingen: de Gardnerians, 'aanhangers' van Gardner; Alexandrians, groepen die van Alex Sanders afstammen; de Hereditaries, die hun religie van moeder op dochter hebben overgedragen; de Traditionals, die met name in Wales en Schotland hun opvattingen hebben aangepast aan de landstreek. De eerste twee groepen hebben in Nederland aanhangers. Sinds 1979 is de wicca in de *Silver Circle ook in Nederland vertegenwoordigd.

Opvattingen
Als natuur- of vruchtbaarheidsreligie gaat de wicca uit van de polariteit van het vrouwelijke (eros) en van het mannelijke (logos) beginsel, vaak ook algemeen aangeduid als de zogenaamde yin-yang symboliek. Geen van beide beginsels is superieur aan de andere: hun vereniging omvat alle krachten van het universum. De god en de godin zijn daarom in de wicca gelijkwaardig, ondanks het feit dat in verschillende groepen de godin de eerste plaats inneemt, misschien uit reactie op het masculine godsbeeld in het christendom. De godin, die als 'de godin van de vele namen of de drievoudige godin' wordt genoemd, vertegenwoordigt als het vrouwelijke beginsel de irrationele, gevoelsmatige en creatieve kant van de mens. In haar totaliteit omvat zij drie aspecten, die sterk gerelateerd zijn aan de schijngestalten van de maan: 1. De maagd, vergelijkbaar met de wassennde maan als beginstadium van de vrouwelijke ontwikkeling, ongebonden, vrij en zorgeloos; 2. De moeder, als godin de volle maan, is de godin van de voortplanting en van de verzorging; 3. De wijze vrouw, verbonden met de afnemende maan, heeft als het ware 'afstand' gedaan van het aardse leven en keert weer terug tot de kern ervan. In de godin is behalve de noodzakelijke destructieve krachten van de natuur ook de esentie van het nieuwe aanwezig. De god vertegenwoordigt de daadkracht, het energieke principe, het intellect en de logica. De god heeft vele namen, met als bekendste 'de gehoornde', een naam voor het religieuze symbool voor kracht, moede en potentie.
Vuur en lucht zijn typische mannelijke elementen, terwijl de aarde en het water de vrouwelijke elementen zijn. Alle vier maken zij voor de mens het leven op aarde mogelijk, echter alleen omdat zij alle door de geest worden verenigd. De mens is het eerste wezen op de ladder van de fysieke ontwikkeling dat bewust met deze elementen (krachten) om kan gaan. Energie is noch mannelijk noch vrouwelijk, maar bergt van beide de essentie in zich.

De aanhanger van de wicca ervaart de eerste manifestatie van deze creatieve energie in de bestaande dualiteit van de godin en van de god. Soms worden beiden als personen gezien, veel vaker als vrouwelijke en mannelijkse principes, waarbij het mannelijke nauw verbonden is met de zonnekrachten, licht, rede, acitiviteit en positiviteit; het vrouwelijke principe is dan verbonden met de maankrachten, reflexie, intuïtie en passiviteit. Voor de wicca is het kennen van het vrouwelijk en mannelijk dualiteitsbeginsel absolute voorwaarde.

Via divinatie is het mogelijk om in contact te komen met de achterliggende krachten, die geleid hebben tot een situatie zoals deze bestaat, en verder ook met de godin om te zien of magisch werk wel de aangewezen weg is om iemand te helpen.
In wicca is het reïncarnatiegeloof vrij algemeen aanvaard. Het is nauw verbonden met het karma, in de betekenis dat bepaalde handelingen in het leven gevolgen hebben voor een leven erna. Reïncarnatie wordt gesymboliseerd door het wiel, dat als symbool ook wordt gebruikt voor de seizoenen en de zonnecyclus.

Rituelen
Rituelen als symbolische handelingen die de essentie van een bepaald feest of van een hogere waarheid weergeven, spelen een belangrijke rol. Daarmee bevestigt men de verbonnheid die men heeft met de aarde, de kosmos en de goden. Omdat vuur, licht, water en aarde, verbonden met de geest, het leven op aarde mogelijk maken, spelen zij in de cultus een belangrijke rol. Zij worden gesymboliseerd door het pentagram, de vijfpuntige ster.
Het altaar is het centriim van de tempel (het liefst in de open lucht). De belangrijkste rituele voorwerpen zijn: twee altaarkaarsen en bloemen als eerbetoon aan de goden; het wierookvat, dat de elementen lucht en/of vuur vertegenwoordigt; de koorden die soms voor het magisch werk worden gebruikt; het boek, waarin de verschillende rituelen worden beschreven; het pentakel, dat het element aarde vertegenwoordigt; water en zout, gebruikt voor de reiniging van de tempel en de symbolen voor de elementen water en aarde; sieraden voor de hogepriesteres en de athame (ritueel mes met een tweesnijdend lemmet en een zwart handvat), dat het element lucht vertegenwoordigt; een zwarte spiegel, teneinde met de goden in contact te komen, en de wijn en de maancakes, waarmee het ritueel besloten wordt; het zwaard (bestemd om de grenzen van alledag en de wereld af te bakenen; de bezem, bestemd om de tempel te reinigen). In het ritueel speelt de staf, verbonden met het element vuur, een belangrijke rol. Hij representeert de krachten in de natuur, die dingen van het ene niveau op een hoger kunnen brengen en wordt gebruikt om de 'hogere' krachten te kunnen aanroepen.

Feesten
In de wicca spelen feesten, die nauw verbonden zijn met de natuur, een belangrijke rol. Zij worden aan de vooravond van de eigenlijke dag gevierd. Belangrijk zijn de acht jaarfeesten: 1. 31 oktober: Samhain, het heksen-nieuwjaar; 2. 21 december: Yule, midwinter, het feest van de conceptie van de zon; 3. 1 februari: imbolc, het feest van de eerste tekenen van het terugkerende leven op aarde; 4. 21 maart: het lentepunt; 5. 30 april: Beltane, het vruchtbaarheidsfeest; 6. 21 juni: midzomer; 7. 1 augustus: Lughnasadh, het begin van de oogst en het heilig huwelijk tussen de godin en de god. Hierbij wordt de heksenketel gevuld met graan en vruchten, als symbolen van de overvloed van moeder aarde; 8. 21 september: het herfstpunt.
Verder worden er bijeenkomsten gehouden in de nacht van de volle maan. Over het algemeen houdt men de bijeenkomsten in een rituele naaktheid om daarmee de verbondenheid met de natuur tot uitdrukking te brengen.

Organisatie
Voorzover de aanhangers van de wicca georganiseerd zijn, bestaat elke groep, kring of in het Engels coven, uit ten hoogste dertien personen. Elke coven is autonoom en staat onder leiding van een hogepriesteres, die het nominale leiderschap heeft en de verantwoordelijkheid draagt. Zij wordt geassisteerd door de hogepriester en enkele priesteressen en priesters. Er bestaan drie graden van inwijding.

Literatuur:
H.  Slater (red.), A book of pagan rituals, 1978; Janet & Stewart Farrar, Eight sabbats for witches, 1981; Gerald B. Gardner, The Meaning of witchcraft, 1982; idem, Witchcraft today, 1982; Morgana, Twijgen uit de bezem. Gedachten over de psychologie van het paganisme, 1982; Raymond Buckland, Complete book of witchcraft, 1986; Gisela Graichen, De nieuwe heksen -gesprekken met heksen, 1986; Barbara G. Walker, The Woman's dictionary of symbols & sacred objects, 1988; Merlin, De horens van de maan. Portret van een natuurreligie, 1989; Vivianne Crowley, Hekserij. Een oude leer voor de nieuwe tijd, 1990; Ko Lankester, De Keltische Maankalendcr in het zonnejaar, 1994; Jan de Zutter, De schaduw van de maan. Moderne hekserij in Europa, 1994; Joke & Ko Lankester, De kringloop van het leven. Wicca de oude religie, 1996; Merlin Sythove, Wicca. Portret van een natuurreligie, 1999.
 

Top van document

Notitie: Dit zijn diverse ingangen in bovenvermeld boek. Nodeloos te zeggen dat wij niet verantwoordelijk zijn voor de inhoud van deze omschrijvingen, en dat ze niet noodzakelijk de visie van Silver Circle weergeven. De ingangen worden hier gegeven als illustratie van het feit dat de wicca serieus wordt genomen.